In de schijnwerpers: het lelijke gezicht van Atlético Madrid

In de schijnwerpers: het lelijke gezicht van Atlético Madrid
http://seo-site.nl/facebook-likes-kopen

Toen de excentrieke doelman Germán Burgos in 2001 tekende bij Atlético Madrid ging voor hem een droom in vervulling. De roemrijke club was net gedegradeerd, maar dat maakte Burgos niets uit. “Veel ratten verlieten het riool. Maar lelijkerds zoals ik voelen zich daar juist thuis. Dus ik ging.”

Die zelfverklaarde lelijkerd zou later terugkeren bij de Madrileense volksclub. In de schaduw van Diego Simeone voerde hij Atleti van het riool naar het hoogste podium. Vanavond staat hij met zijn club voor de vierde keer in zeven jaar in een Europese finale. En voor één keer niet in de schaduw, maar in het volle licht.

Want bij het Europa League-duel met Olympique Marseille (aftrap om 20.45 uur) vervangt Burgos de geschorste Simeone op de bank van de Spanjaarden. Niet dat Burgos vies is van een beetje aandacht. Integendeel.

1. De aap

De negen levens van Germán Burgos beginnen op 16 april 1969 in het Argentijnse Mar del Plata. Als kind was Burgos al groot voor zijn leeftijd en dus belandde hij tussen de palen.

De trainer bij zijn eerste profclub Ferro Carril Oeste – berucht omdat hij zijn spelers voor ze het veld opliepen altijd met de vlakke hand in het gezicht sloeg – vergeleek hem eens met een gorilla. Dat verbasterde al snel tot El Mono, de aap. Een bijnaam, die tot de dag van vandaag aan hem kleeft.

Niet dat Burgos er iets om geeft. Sterker, schudt hem voor het eerst de hand en hij zegt: “Mono Burgos, aangenaam.”

2. De bloedbroeder

Dat is de beschaafde kant van Burgos. Bekender is zijn duistere kant. Als adjudant, lijfwacht en persoonlijke hitman van zijn vriend Simeone.

De vriendschap tussen ‘Mono’ Burgos en ‘Cholo’ Simeone gaat terug tot hun jeugd. Later speelden ze samen bij Atlético en het Argentijnse nationale elftal.

Toen Simeone bij het Siciliaanse Catania aan zijn eerste trainersklus begon, vond hij in Burgos zijn ideale assistent. “Wij zijn als Robert De Niro en Joe Pesci”, vergeleek Burgos hun verhouding ooit in El Mundo, een verwijzing naar de twee hoofdrolspelers uit de maffiafilm Goodfellas van regisseur Martin Scorsese.

3. De gangster

Voor Simeone en Burgos is elke wedstrijd een Griekse tragedie. Langs de lijn acteren ze in hun eigen theaterstuk: intimiderend, vol vuur en passie.

Exemplarisch is een scène uit 2012 in de derby tussen Real Madrid en Atlético. Een jaar eerder had José Mourinho tijdens El Clasico de helaas te vroeg overleden Barcelona-trainer Tito Villanova met een vinger in het oog geprikt. Villanova reageerde zoals hij in elkaar zat, beschaafd.

Nu kreeg Mourinho het al snel aan de stok met de druk gebarende Simeone. In de 28ste minuut stapte Burgos uit de dug-out. Hij deed een paar passen richting Mourinho en zei doodleuk: “Yo no soy Tito, yo te arranco la cabeza…” (Ik ben niet Tito, ik trek je kop eraf…)

4. De professional

Langs het veld cultiveert Burgos graag zijn imago van gangster. Maar onderschat hem niet, deze duistere reus.

Burgos heeft namelijk ook een serieuze, professionele en beminnelijke kant. Juist als Simeone het hoofd dreigt te verliezen langs de lijn, zie je Burgos meestal ineengedoken in zijn gewatteerde jas op de bank. Geconcentreerd, de ogen geknepen, potlood in de aanslag.

In 2014 werd Burgos wereldnieuws door in het competitieduel met Getafe met een speciale bril op de bank plaats te nemen. Een Google Glass, zo bleek.

De Spaanse profliga stak meteen een stokje voor de innovatieve bril, waarmee hij ter plekke allerlei gegevens online kon bekijken. Maar het maakte wel duidelijk: Burgos is veel meer dan een ouderwetse straatvechter.

5. De rocker

Wie had bijvoorbeeld gedacht dat deze Burgos – net als landgenoot Carlos Tévez – in zijn vrije tijd frontman is in zijn eigen rockband? En niet eens onverdienstelijk.

Een beetje Mick Jagger, een beetje Iggy Pop en vooral veel Mono Burgos. Dat is The Garb, de bandnaam die hij ook op zijn vingers heeft getatoeëerd.

Burgos begon ermee na zijn voetballoopbaan. In die tijd werkte hij ook voor de Spaanse televisie en had hij een column in Marca.

Maar uiteindelijk moest hij terug in het riool, terug in de voetbalwereld. Gevraagd naar zijn levensdoelen zei hij ooit: “Als ik geen voetballer was geweest, zou ik een voetballer hebben willen worden.”

6. De clown

Op het krakende podium van rokerige kroegen was Burgos in zijn element. Dan voelde hij zich weer als die keeper die ooit de Argentijnse landstitel en de Copa Libertadores voor zich opeiste.

Burgos was een doelman in de traditie van René Higuita en José Luis Chilavert. Keepers die entertainment belangrijker vonden dan doelpunten voorkomen.

Waarom vangen als je ook de bal met de hak kunt keren? Hoezo zou een doelman geen spitsen moeten uitkappen? En je blijft toch niet in je doel staan, als je ook op de middellijn aan het spel kunt deelnemen?

In 1995 kwam het in de Copa Libertadores tot een confrontatie tussen het River Plate van Burgos en het Atlético Nacional van Higuita. De Colombiaanse clown won, met verve.

Eerst krulde Higuita een vrije trap feilloos achter Burgos. En toen strafschoppen de beslissing moesten brengen, vernederde hij zijn collega met een panenka.

Ook Chilavert zette Burgos ooit te kijk, uitgerekend door de bal van eigen helft op de vijandelijke goal te schieten. Wanhopig rennend probeerde Burgos het doelpunt te voorkomen. Tevergeefs.

Voor een ander zou de vernedering compleet zijn, Burgos haalde zijn schouders erover op.

Ondanks zijn fratsen gold Burgos wel jarenlang als een van de beste doelmannen van zijn land. Zijn beste wedstrijd was misschien wel de return in de finale van de Copa Libertadores van 1996 tegen het Colombiaanse América de Cali.

Hernan Crespo scoorde twee keer die avond en bezorgde River Plate daarmee de Zuid-Amerikaans Champions League, maar het Estadio Monumental in Buenos Aires was die avond van Mono Burgos.

7. De conformist

Van de lange wilde haren, vaak bijeengehouden door een opvallend petje, was in die jaren nog geen sprake. En dat had mede te maken met Daniel Passarella, zijn coach bij River Plate en Argentinië.

De aanvoerder van het Argentijnse elftal dat in 1978 wereldkampioen werd, tolereerde als bondscoach geen langharig tuig in zijn selectie.

Een enkeling weigerde, zoals Real Madrid-middenvelder Fernando Redondo. Maar Burgos gaf toe en op 9 september 1995 mocht hij zijn eerste van 35 interlands spelen. Tegen Spanje, wat later zijn tweede vaderland zou worden.

Een trainer die bepaalt hoe lang zijn haar moet zijn, dat was eens maar nooit meer. “Alleen al vanwege mijn uiterlijk had ik nooit voor Real Madrid kunnen voetballen. Ze hadden me gedwongen de schaar in mijn haar te zetten. Atlético staat synoniem voor arbeiders. Atlético-fans zijn stratenmakers, taxichauffeurs en gekke keepers zoals ik.”

8. De idioot

Een jaar na het WK van 1998 in Frankrijk, waar Burgos tweede keeper was achter Carlos Roa, begon zijn Europese avontuur. Bij Mallorca, als tweede doelman achter Leo Franco.

Verder dan twaalf wedstrijden kwam hij niet bij de roodhemden, mede door een schorsing van elf wedstrijden. Burgos had namelijk een speler van Espanyol neergeslagen. Achter de rug van de scheidsrechter. Maar de videobeelden logen niet. Burgos accepteerde de schorsing en ging over tot de orde van de dag.

Bij het net gedegradeerde Atlético ontvingen ze die excentrieke, ongepolijste keeper met open armen. En de liefde was wederzijds, al koos trainer Luis Aragonés meestal voor een ander onder de lat.

Het hoogtepunt van Burgos kwam in de derby tegen Real Madrid van 2003. In die wedstrijd stopte hij een strafschop van Luis Figo en redde daarmee een punt.

“Ik kreeg de bal op mijn neus. De neus was gebroken, het was een bloederig zootje. Maar bij mij maakte dat niet veel uit.”

9. De overlever

Kort na die heldenrol in Bernabéu kreeg Burgos verschrikkelijk nieuws. Bij een controle was bij hem nierkanker aan het licht gekomen; hij zou meteen geopereerd moeten worden.

De operatie was succesvol verlopen en op de laatste speeldag van de competitie maakte El Mono zijn rentree, tegen het Real Sociedad van Sander Westerveld.

Burgos had ook niet anders verwacht. “Ik ben altijd optimistisch”, zo beweerde hij in mei 2017 in El Mundo. “Ik houd nooit rekening met verlies, twijfel nooit. Ik zou niet eens weten hoe dat voelt.”

Reacties zijn gesloten

Social Media Auto Publish Powered By : XYZScripts.com